In de praktijk
In een slapend dienstverband verricht de werknemer doorgaans geen arbeid en is er na het einde van de loondoorbetaling meestal geen loonbetaling meer, maar het contract blijft bestaan. Dat betekent dat je het dienstverband administratief moet blijven beheren, dat partijen formeel aan elkaar verbonden blijven en dat er later alsnog vragen kunnen ontstaan over afwikkeling. In de praktijk is dit vaak juist de reden dat “slapend houden” onrust geeft: het voelt afgerond, maar het is het niet.
Wanneer wordt het relevant?
Het wordt meestal pas echt urgent als de werknemer om beëindiging vraagt, bijvoorbeeld om duidelijkheid te krijgen of om de transitievergoeding te ontvangen. Ook kan het relevant worden als er discussie ontstaat over wat er nog moet gebeuren na 2 jaar ziekte, zoals dossierafsluiting, communicatie richting werknemer en het vastleggen van de keuze om wel of niet te beëindigen.



